See also Hoorn.nl and it's wikipedia entry.

Hoorn [aardrijkskunde] 1, gemeente in Nederland, prov. Noord-Holland, 52, 95 km2, waarvan 19,43 km2 land en 32,23 km2 binnenwater, met 61.800 inw.

De gemeente omvat behalve de stad Hoorn de onderdelen Blokker en Zwaag en ligt in oostelijk West-Friesland, aan het IJsselmeer (Hoornse Hop). De sinds de aanwijzing van Hoorn als groeikern (begin jaren zeventig) sterk uitgebreide industrie omvat o.m. metaalnijverheid, elektrotechnische, papier- en grafische industrie en bouwnijverheid. De stad heeft een streekfunctie op de gebieden van groot- en detailhandel, bank- en verzekeringswezen, onderwijs en gezondheidszorg. Het Westfries Museum, gevestigd in een pand uit 1632, bezit collecties regionale kunst en kunstnijverheid, geschiedenis en archeologie en naïeve schilderkunst; Museum van de Twintigste Eeuw; Speelgoedmuseum De Kijkdoos; Museum Stoomtram Hoorn-Medemblik. Twee jachthavens en passantenhaven. Jaarlijkse zomermanifestatie 'Hartje Hoorn'. Stadsschouwburg Het Park (eind jaren zestig herbouwd op de plaats van het oude gebouw uit 1876).

1. Stadsbeeld

kaart

Hoorn heeft zijn Oud-Hollands karakter gaaf bewaard. Van de verdedigingswerken bleven bewaard de Maria- of Kruittoren (1508; gerest. 1929-1930), de deels met witte kalksteen beklede Hoofdtoren (1532; in 1651 van houten torentje voorzien) en de Nieuwe Oosterpoort (1578; in 1601 aan de bovenkant van een wachthuisje voorzien; gerest. 1876, 1913 en 1979-1980). De laat-gotische hervormde Noorderkerk (1426-1519; gerest. 1936-1938 en 1984-1987) is een driebeukige hallenkerk (aanvankelijk eenschepige kruiskerk) met ten gevolge van de gerende gevel aan de straatzijde onregelmatige westtraveeën; het interieur bevat een uit de vroegere Grote Kerk afkomstige, laat-gotische houten wenteltrap (1497) en veel renaissancemeubilair. De eveneens laat-gotische hervormde Oosterkerk is een éénbeukige kruiskerk (1450 - ca. 1520), waarvan het (oorspronkelijk tweebeukige) schip in 1615-1616 werd vervangen door het huidige, terwijl toen tevens de rijk gedecoreerde renaissancegevel (invloed van Hendrick de Keyser) werd gebouwd; het houten vieringtorentje stamt waarschijnlijk uit ca. 1600. In het interieur is enig vroeg-17de-eeuws meubilair, een orgel uit 1764 en een gebrandschilderd raam uit ca. 1620; de kerk dient thans voornamelijk als cultureel centrum (concerten).

Het stadhuis is sinds 1796 gevestigd in het Logement van Gecommitteerde Raden van het Noorderkwartier, een oud klooster waarvan nog een kapel bewaard is gebleven; het gebouw heeft een fraaie dubbele trapgevel en een zeer rijk interieur. Van de in 1609 gebouwde Waag werden bij restauratie in 1912 de gevels herbouwd. Een buitengewoon gave vroeg-renaissancegevel (1563) bezit het voormalige St.-Jansgasthuis. De St.-Sebastiaansdoelen (thans kantoorgebouw) heeft nog deels een 17de-eeuwse gevel met pilasters. Het Oost-Indisch Huis uit 1665 is thans woon- en werkruimte van beeldend kunstenaars. Behalve een aantal aardige renaissancepoortjes bezit Hoorn verschillende woon- en pakhuisgevels uit de 17de en 18de eeuw; bekend zijn de Boussuhuizen, alle drie met een gevelfries betreffende de slag op de Zuiderzee in 1573. Het Westfries Museum is gevestigd in het gebouw van de Gecommitteerde Raden van het Noorderkwartier (1631-1632); de voorgevel, met wapens van de zeven steden van het Noorderkwartier, West-Friesland en Oranje, werd bij restauratie (1908-1911) herbouwd. De huidige Grote Kerk (hervormd), de (katholieke) kerk van Cyriacus en Franciscus en het station zijn laat-19de-eeuwse bouwwerken in neorenaissancevormen. In 1970 werd Hoorn tot beschermd stadsgezicht verklaard.

2. Geschiedenis

De stad Hoorn ontstond omstreeks 1300 aan de monding van de Gouw in de Zuiderzee als een kleine buitendijkse nederzetting van Deense en Noord-Duitse kooplieden, waarbij binnendijks boerderijen aansloten. De plaats breidde zich uit vanaf de sluis bij het Rode Steen nabij het West en in het buitendijkse voorland. Al in 1341 werd de Nieuwendam aangelegd als laad- en losplaats; langs het Noord en het Oost kwam lintbebouwing. In 1357 kreeg Hoorn stadsrechten. In de tweede helft van de 14de eeuw overvleugelde het de oudere Zuiderzeesteden Enkhuizen en Medemblik. In 1426 werd de Noorderkerk in hout opgetrokken. Het Noord en het Oost waren spoedig vol. Men ging toen bouwen langs de Gouw, die in etappes werd gedempt: in 1420 bij het Rode Steen met de sluis, waardoor de marktruimte kon worden vergroot; hier werd werd het (thans niet meer bestaande) stadhuis gebouwd. In 1426 kreeg Hoorn zijn eerste omwalling; vier houten poorten gaven toegang tot de stad. Binnen de omwalling lag vrij veel agrarisch terrein, dat geleidelijk bebouwd raakte. De goede verstandhouding met hertog Filips van Bourgondië verschafte de stad in 1436 de jurisdictie over een groot gebied. De handel op de Oostzee, via Kempen op de Rijn, en naar Frankrijk en Engeland, bracht goede winsten op en versterkte de macht van de stad. De onveiligheid op het platteland deed velen naar de stad trekken en ook binnen de stadsomwalling moeten zich talrijke veehouderijbedrijven hebben bevonden. De tweede helft van de 15de eeuw was voor de bevolking een zware tijd: oorlogen (plundering door Grote Pier) teisterden het land en de schatkist, de wol- en lakennijverheid verdween geheel; daarbij kwam nog een stadsbrand in 1481.

Vanaf het begin van de 16de eeuw werd buiten de omwalling gebouwd aan het Nieuwland en het verlengde van de Achterstraat. De inspringende hoek bij de huidige Veemarkt werd in 1510 door een rechte wal en gracht over het huidige Stationsplein binnen de veste gebracht. Aan de zeezijde werd in 1464 het Houten Hoofd met blokhuis gebouwd bij de ingang van de haven (in 1532 vervangen door de Hoofdtoren). Vóór 1576 werd de Karperkuil gegraven, daarna werd een gedeelte van de gracht verbreed tot een nieuwe haven: de Vollerswaal. Beide havens werden beschermd door de aanleg van een nieuwe vestingwal, ontworpen door Adriaan Anthonisz, die ook in Alkmaar de vesting had gebouwd. In de 16de eeuw ontwikkelde Hoorn zich tot de voornaamste in- en uitvoerhaven aan de Zuiderzee. Aan deze economische bloeiperiode kwam een einde door de opkomst van Amsterdam.

Hoorn kende o.m. Kamers van de Oost-Indische en West-Indische Compagnie, bovendien zetelden er de Gecommitteerde Raden van het Noorderkwartier en (periodiek) het College van de Admiraliteiten van het Noorderkwartier. In 1609 werd de havenruimte opnieuw vergroot door de aanleg van de Luiendijk vanaf de haventoegang bij de Hoofdtoren in oostelijke richting in het verlengde van de Italiaanse Zeedijk; hierdoor ontstond de Nieuwe Haven. In het midden van de 17de eeuw werd een dubbele palissadenrij in zee geheid, waardoor een buitenhaven ontstond, bijna net zo groot als de gehele oude stad en later uitgegroeid tot het Oostereiland en het Vissereiland (1662-1668 aangeplempt). De centralisering van het bestuur in de Franse tijd ontnam Hoorn zijn belang als bestuurscentrum. In de 19de eeuw ontwikkelde Hoorn zich langzaam tot een markt- en verzorgingscentrum voor de omgeving. Het stratenpatroon in de Hoornse binnenstad wordt nog grotendeels bepaald door dijken, kaden en afwateringen.

De gemeente werd op 1 jan. 1979 uitgebreid met grote delen van de toen opgeheven gemeenten Blokker en Zwaag.